Vul twee van de vier waarden in (spanning, stroom, weerstand of vermogen) en de andere twee worden uitgerekend. Voorvoegsels mag je gewoon typen: 20m ampère, 4k7 ohm, 1,5k watt.
Bij de uitkomst zie je welke formule is gebruikt, dus je kunt er ook mee oefenen voor school of je opleiding.
Zo werkt het
- Typ twee waarden die je kent, met het eenheidsmenu of een voorvoegsel (m, k, M).
- De andere twee velden worden ingevuld en gemarkeerd als berekend.
- Pas je een waarde aan, dan rekent de calculator met de laatste twee die je typte. Met Wissen begin je opnieuw.
De formules
Wet van Ohm: U = I × R. Vermogen: P = U × I. Samen: P = I² × R = U² ÷ R, I = U ÷ R = √(P ÷ R) en R = U ÷ I = U² ÷ P. In de bekende driehoek staat U bovenaan en staan I en R onderaan: dek af wat je zoekt en je ziet de formule.
Voorbeelden uit de praktijk
Een weerstand van 1 kΩ op 12 V trekt 12 mA en dissipeert 0,144 W, prima voor een weerstand van 1/4 W. Een kachel van 2.000 W op 230 V trekt ongeveer 8,7 A. Een weerstand van 100 Ω en 1 W verdraagt hooguit 10 V.